Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 1:het samen met anderen invoeren van 1.288,61 kilogram cocaïne, subsidiair ten laste gelegd als de medeplichtigheid daartoe;
feit 2:voorbereidingshandelingen ten aanzien van de invoer van cocaïne;
feit 3:het valselijk opmaken en vervalsen van facturen en het kasboek;
feit 4:het witwassen van een geldbedrag van 131.495,00 euro en een auto.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
,immers heeft hij van enig contante geldbedrag, te weten 131.495 euro, en enig goed, te weten een auto (BMW), voorhanden gehad en omgezet, terwijl hij, verdachte, wist, dat dit contante geld en goed - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;
een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;