ECLI:NL:RBZWB:2022:7751
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin de hoogte van zijn aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) was aangepast vanwege wijziging in zijn Turks pensioeninkomen. Na het bezwaar werd het bestreden besluit door verweerder ingetrokken en vervangen door een besluit waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard, waarbij werd afgeweken van het beleid door rekening te houden met de actuele koers van de Turkse Lira.
Naar aanleiding van deze tegemoetkoming heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. Verweerder stemde hiermee in. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek om proceskostenveroordeling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in de proceskosten moet worden veroordeeld voor de beroepsfase, aangezien voor de bezwaarfase reeds een proceskostenvergoeding was toegekend. De proceskosten werden vastgesteld op € 759,- voor de beroepsmatige rechtsbijstand. Daarnaast wees de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van € 50,- te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot verweerder moet wenden.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 15 december 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank tot vergoeding van € 759,- aan proceskosten voor de beroepsfase.