ECLI:NL:RBZWB:2022:7749
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen besluit NOW-2
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de definitieve tegemoetkoming in het kader van de tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW-2). Het primaire besluit stelde de tegemoetkoming vast op € 10.536,-. Na bezwaar werd dit bedrag gewijzigd naar € 43.180,-, waarna verzoekster haar beroep introk.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:54 Awb Pro en de artikelen 8:75 en 8:75a Awb. Omdat de minister gedeeltelijk tegemoet was gekomen aan het beroep, werd het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten werden vastgesteld op € 759,-, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,-. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de minister verplicht is het griffierecht van € 365,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter Van de Sande op 15 december 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 759,- aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in het NOW-2 besluit.