Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[veroordeelde] ,
Feiten
Procedure
Vordering van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
Beslissing
64 dagen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het gerechtshof heeft aan de veroordeelde bij arrest van 5 februari 2018 een ontnemingsmaatregel opgelegd ter betaling van €19.307,00. Deze maatregel is onherroepelijk, maar de veroordeelde heeft niet betaald. De vordering tot gijzeling werd op 19 februari 2022 ingediend en op 22 juni 2022 behandeld, waarbij de veroordeelde niet is verschenen.
De rechtbank constateert dat verhaal op het vermogen van de veroordeelde niet mogelijk is gebleken en dat eerdere pogingen tot incasso, waaronder contact met de advocaat en deurwaardersinschakeling, geen resultaat hadden. De Wet USB, die sinds 1 januari 2020 van kracht is, maakt het mogelijk om in dergelijke gevallen gijzeling toe te passen in plaats van lijfsdwang.
De rechtbank acht zich bevoegd en de officier van justitie ontvankelijk in de vordering. Gelet op de wettelijke bepalingen en de omstandigheden wijst de rechtbank de vordering toe en machtigt de officier van justitie tot toepassing van gijzeling voor 64 dagen. Deze beslissing is op 6 juli 2022 uitgesproken door rechter E.B. Prenger.
Uitkomst: De rechtbank machtigt gijzeling voor 64 dagen wegens niet-nakoming van de ontnemingsmaatregel.