Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
woensdag 28 december 2022 te 9.00 uurvoor het nemen van een conclusie na tussenvonnis door [eiseres] zoals bedoeld in overweging onder 2.12;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil tussen werknemer [eiseres] en werkgever Rajapack over de aansprakelijkheid voor gezondheidsklachten veroorzaakt door blootstelling aan een middenvolumeprinter (MVP) op de werkplek.
Na het tussenvonnis van 4 mei 2022 is een aanvullend deskundigenrapport ingediend waarin is bevestigd dat de astma/bronchiale hyperreactiviteit (BHR) van [eiseres] zeer waarschijnlijk (80-90%) is veroorzaakt door de blootstelling aan de printer tijdens haar werkzaamheden. De deskundige baseert zich onder meer op een wetenschappelijk artikel over nanopartikelblootstelling bij printergebruik en benadrukt dat langdurige blootstelling en individuele gevoeligheid bepalend zijn.
Rajapack voerde diverse bezwaren tegen het deskundigenrapport aan, waaronder onbekendheid met het onderliggende artikel, verschillen in Arbo-normen en de mogelijkheid van andere oorzaken voor de klachten. Deze bezwaren werden door de rechtbank verworpen vanwege onvoldoende onderbouwing en het feit dat Rajapack niet tijdig haar bezwaren bij de deskundige had ingebracht.
De rechtbank stelt vast dat Rajapack haar zorgplicht jegens [eiseres] niet is nagekomen en dat zelfs bij een verhoogde vatbaarheid van de werknemer dit niet aan aansprakelijkheid in de weg staat. Er is geen plaats voor proportionele aansprakelijkheid, waardoor Rajapack volledig aansprakelijk is voor de schade.
De hoogte van de schadevergoeding is nog niet vastgesteld; partijen worden in de gelegenheid gesteld hierover nader te procederen en te overleggen over een minnelijke regeling. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: Rajapack is aansprakelijk voor de door werknemer geleden schade door astma veroorzaakt door blootstelling aan de printer, verdere schadevergoeding wordt nader vastgesteld.