ECLI:NL:RBZWB:2022:7623
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Eijssen-Vruwink
- Rechtspraak.nl
Ontbinding en ontruiming woonruimte wegens forse huurachterstand
De huurder van een woning aan een woonadres had een huurachterstand van meer dan tien maanden, die op het moment van de mondelinge behandeling was vastgesteld op €5.850,52. WonenBreburg, de verhuurder, vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
De huurder erkende de achterstand en haar eerdere nalatigheid in het nakomen van afspraken met schuldhulpverlening. Ze had inmiddels een bijstandsuitkering aangevraagd en een klantregisseur toegewezen gekregen. Ook was een afspraak gemaakt met een beoogd bewindvoerder. Ondanks haar verzoek om een laatste kans, was het vertrouwen van WonenBreburg minimaal vanwege herhaaldelijke niet-nakoming van afspraken.
De kantonrechter overwoog dat op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro een tekortkoming in de nakoming de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt, tenzij de tekortkoming van geringe betekenis is. Gezien de forse achterstand van twaalf maanden werd de ontbinding en ontruiming toegewezen. De kantonrechter verwachtte dat WonenBreburg mogelijkheden zal onderzoeken om ontruiming te voorkomen, eventueel in overleg met de bewindvoerder.
De huurder werd veroordeeld tot betaling van €6.579,45 aan huur inclusief rente en kosten, een gebruiksvergoeding voor de periode na ontbinding, en de proceskosten van €1.265,74. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand met rente en kosten.