ECLI:NL:RBZWB:2022:7572

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
AWB- 21_3453
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na gedeeltelijke tegemoetkoming in transitievergoeding

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV over de hoogte van de compensatie voor de betaalde transitievergoeding. Het UWV heeft het besluit gewijzigd en de compensatie vastgesteld op € 35.711,76, waarna verzoekster het beroep introk met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank heeft op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb geoordeeld dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen en daarom veroordeeld in de proceskosten. Het griffierecht van € 360,00 wordt door het UWV rechtstreeks aan verzoekster vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb.

De proceskosten voor de beroepsmatige rechtsbijstand zijn vastgesteld op € 1.300,00, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten en de uitspraak openbaar gemaakt op 13 december 2022.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.300,00 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/3453 CRTV
uitspraak van 13 december 2022 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] verzoekster,

gemachtigde: mr. A.J.H.M. Borgers-Leermakers,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Rotterdam), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 juli 2021 (bestreden besluit) van het UWV inzake de vaststelling van de hoogte van de compensatie voor de betaalde transitievergoeding.
Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en de hoogte van de compensatie vastgesteld op € 35.711,76.
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 5 juli 2022 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.300,00 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, met een waarde per punt van € 541,00 en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,00 en een wegingsfactor 1.
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 360,00 aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.300,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 13 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.