ECLI:NL:RBZWB:2022:7541
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na toekenning WIA-uitkering
Verzoekster diende beroep in tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen per 11 mei 2021. Na bezwaar wijzigde het UWV het besluit en kende alsnog de WIA-uitkering toe, waarna verzoekster het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank overwoog dat bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, proceskostenveroordeling mogelijk is op grond van artikel 8:75a Awb. De rechtbank beperkte de beoordeling tot de beroepsfase, omdat de proceskosten voor de bezwaarfase reeds waren toegekend.
De rechtbank achtte het verzoek kennelijk gegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten ad € 956,51, waaronder kosten voor rechtsbijstand en deskundigenrapporten. Tevens wees de rechtbank op de verplichting van het UWV tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster ad € 956,51.