ECLI:NL:RBZWB:2022:7540
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- De Beer
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en ontzegging contact vader met minderjarige kinderen
In deze zaak verzocht de moeder om beëindiging van het gezamenlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen en toekenning van eenhoofdig gezag aan haarzelf. Tevens werd het contact tussen de vader en de kinderen aan de orde gesteld. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het verzoek tot wijziging van het gezag af te wijzen, maar raadde ontzegging van contact aan vanwege de negatieve impact op de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat de vader door zijn psychische problematiek en afhankelijkheid van hulpverlening onvoldoende in staat is zijn gezagsverplichtingen te vervullen. De communicatie tussen ouders verloopt via de hulpverlener van de vader, wat niet voldoet aan de eisen van gezamenlijk gezag. De oudste minderjarige ervaart veel weerstand tegen contact met de vader, wat haar ontwikkeling schaadt.
De rechtbank ontzegt het contact tussen vader en de oudste minderjarige en wijzigt de zorgregeling voor de jongste, waarbij contact beperkt blijft tot het sturen van kaartjes. Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en aan de moeder wordt het eenhoofdig gezag toegekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit in de ontwikkeling van de kinderen te waarborgen.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder; het contact tussen vader en de oudste minderjarige wordt ontzegd, terwijl voor de jongste contact via kaartjes wordt toegestaan.