Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[veroordeelde] ,
Feiten
Procedure
Vordering van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
Beslissing
279 dagen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof in 2004 veroordeeld tot betaling van een ontnemingsmaatregel van € 41.870, waarvan nog € 29.570 openstaat. Ondanks eerdere gedeeltelijke betalingen en meerdere betalingsregelingen is de veroordeelde sinds 2019 niet meer aan zijn betalingsverplichtingen voldaan.
Het CJIB heeft de veroordeelde meerdere keren aangeschreven, maar communicatie is bemoeilijkt doordat hij geen bekend BRP-adres meer heeft en vermoedelijk in detentie in Italië verblijft. De rechtbank constateert dat volledig verhaal op het vermogen van de veroordeelde niet mogelijk is en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kan betalen.
Op grond van de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Wet USB) kan in dit soort gevallen geen lijfsdwang meer worden toegepast, maar gijzeling voor een maximale duur die de rechter bepaalt. De rechtbank acht de vordering ontvankelijk en wijst deze toe, waarbij zij de gijzeling voor 279 dagen machtigt conform de wettelijke bepalingen en LOVS-afspraken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot gijzeling toe voor de duur van 279 dagen wegens niet-nakoming van de ontnemingsmaatregel.