ECLI:NL:RBZWB:2022:7511

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juni 2022
Publicatiedatum
12 december 2022
Zaaknummer
22-002208
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding wegens geseponeerde strafzaak voor wapenbezit

Verzoeker diende een verzoekschrift in op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering voor vergoeding van kosten rechtsbijstand en kosten verbonden aan het verzoekschrift, nadat de strafrechtelijke verdenking wegens het voorhanden hebben van een wapen werd geseponeerd.

De officier van justitie had de verdenking op 21 juli 2020 geseponeerd, maar verzoeker nam hiervan pas in juli 2021 kennis. Verzoeker maakte kosten van rechtsbijstand ter hoogte van €731,08 en vroeg daarnaast een forfaitaire vergoeding van €680,00 voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek in behandeling kon worden genomen en dat op grond van artikel 530 en Pro 534 Sv toekenning van een vergoeding mogelijk is indien billijkheidsgronden aanwezig zijn. De rechtbank vond het gevraagde bedrag aan kosten rechtsbijstand voldoende onderbouwd en niet onbillijk en kende ook de forfaitaire vergoeding toe.

De rechtbank wees het verzoek toe tot een totaalbedrag van €1.411,08, bestaande uit de kosten rechtsbijstand en de forfaitaire vergoeding voor het verzoekschrift. De beslissing werd gegeven door rechter R.J.H. de Brouwer op 3 juni 2022 en is openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding wordt toegewezen tot een bedrag van €1.411,08.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02/188654-20
rk-nummer: 22-002208
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 12 augustus 2021, in de zaak:
[verzoeker]geboren op [geboortedag] 1972,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. E.M.J. Thomas, Chassésingel 4, 4811 HA Breda

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 731,08, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 21 juli 2020;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 20 mei 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie en mr. E.M.J. Thomas als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat verzoeker werd verdacht van het voorhanden hebben van een wapen. De officier van justitie heeft op 21 juli 2020 te kennen gegeven de strafrechtelijke verdenking te seponeren. Deze kennisgeving heeft de raadsman bereikt op 18 augustus 2020 per e-mail. Verzoeker heeft, voor het eerst, in de maand juli 2021 kennis genomen van dit sepot. Verzoeker heeft kosten van rechtsbijstand moeten maken gelet op de strafrechtelijke vervolging ter hoogte van € 731,08. Daarnaast vraagt verzoeker de forfaitaire vergoeding inzake het opstellen, indienen en behandelen van onderhavig verzoekschrift in raadkamer ad € 680,00. Verzoeker vraagt de rechtbank zijn verzoekschrift toe te wijzen.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het verzoekschrift in zijn geheel toegewezen kan worden.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 731,08is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank niet onbillijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 1.411,08, bestaande uit:
- € 731,08 aan kosten van rechtsbijstand; en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 1.411,08zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden TDP Advocaten, onder vermelding van “ rk-nummer 22-002208 [verzoeker] ”.
Deze beslissing is op 3 juni 2022 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).