ECLI:NL:RBZWB:2022:7459
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 7 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden plus een verlenging van zes maanden een besluit genomen. Hierdoor heeft eiseres op 12 april 2022 verweerder in gebreke gesteld. Na het verstrijken van de ingebrekestelling heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet nodig was volgens artikel 8:54 Awb Pro. Verweerder heeft verzocht om een langere beslistermijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de behandeling. De rechtbank acht een termijn van elf weken na verzending van het vonnis redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door eiseres af.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op met een maximum van € 15.000 bij overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt verplicht het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst/Toeslagen op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.