Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
(vgl. Hoge Raad 30 september 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0811).De verdenking betreft het medeplegen van witwassen zonder een gronddelict, dat zowel in Nederland (in artikel 420bis) als in Bosnië en Herzegovina (in artikel 209) bij wet strafbaar is gesteld. Daarnaast is van belang dat hetzelfde feit dat verdachte wordt verweten, ook ten laste is gelegd in de strafzaak van [medeverdachte] (parketnummer 02/810519-19). Het staat vast dat deze medeverdachte wel de Nederlandse nationaliteit heeft en op de pleegdatum als ingezetene in Nederland heeft verbleven. De medeverdachte is de echtgenote van verdachte.
(Kamerstukken II 2009/10, 32.468, nr. 3)is wettelijk de mogelijkheid geregeld om stukken aan het procesdossier te laten toevoegen door procespartijen. Bij de samenstelling van het dossier wordt het relevantiecriterium gehanteerd. Dat betekent dat de relevantie voor de desbetreffende strafzaak doorslaggevend is voor de selectie van bewijsstukken.
4.De beoordeling van het bewijs
“afkomstig uit enig misdrijf”, is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Het is voor een veroordeling wel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
‘afkomstig uit eigen misdrijf’niet bewijsbaar is. Bij de afwezigheid van een door verdachte zelf begaan misdrijf is een beroep op de kwalificatie-uitsluitingsgrond ook niet aan de orde.
(stap I). Van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft, waaruit blijkt dat de ten laste gelegde voorwerpen
nietvan misdrijf afkomstig zijn
(stap II). Die verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn
(stap III). Als de verdachte een zodanige verklaring geeft, ligt het op de weg van de officier van justitie om nader onderzoek te doen naar die verklaring. Als een dergelijke verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen
(stap IV). Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moet ten slotte worden beoordeeld of ondanks de verklaringen van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is
(stap V).
“ de loanback-constructie”(in gewoon Nederlands: een lening aan jezelf). Bij de loanback-constructie wordt gesuggereerd dat de investeerder zijn investeringen financiert met behulp van leningen. In feite leent de investeerder zijn eigen geld terug. Via het tussen schakelen van allerlei (buitenlandse) vennootschappen wordt de indruk gewekt dat de betrokken (buitenlandse) vennootschap een lening verstrekt aan de investeerder. Tegen deze achtergrond neemt de rechtbank in overweging, dat [notaris] heeft aangegeven, dat verdachte zowel de UBO is van [bedrijf 2] als de UBO van [bedrijf 1] .
“rekening”.De meeste facturen van [bedrijf 1] aan [bedrijf 5] bevatten een uitgebreide specificatie als bijlage. Middels deze specificaties wordt het factuurbedrag nader onderbouwd. Het opvallende element aan deze specificaties is dat deze steeds handmatig worden afgerond om tot een rond bedrag te komen. De politie heeft een overzicht opgesteld waaruit blijkt dat [bedrijf 1] , als gevolg van de afgeronde bedragen, in totaal € 85.140,94,- minder heeft ontvangen dan is gefactureerd. Er is ook geen legitieme reden gegeven om tot dergelijke afrondingen te komen. In combinatie met de voormelde niet gespecificeerde transactieomschrijvingen, kan niet uitgesloten worden dat de specificaties later zijn opgesteld dan dat op de factuurdatum is weergegeven. Het is mogelijk dat de specificaties handmatig zijn aangepast om reeds verrichte transacties te onderbouwen.
(hierna: de [adres 4] ). Voor de aanschaf van dit pand is geen hypotheek afgesloten. Uit informatie van [notariskantoor 1] blijkt dat er tussen [bedrijf 6] en [bedrijf 7] BVBA een geldleningsovereenkomst is afgesloten ten behoeve van de financiering van voormeld pand. Verdachte is aangemerkt als de UBO van [bedrijf 6] en [naam 6] is aangemerkt als de UBO van [bedrijf 7] BVBA. De aankoopprijs van € 525.000,- is door [bedrijf 7] voldaan in vijf termijnen, waarbij in totaal € 540.000,- is overgemaakt op de rekening van [notariskantoor 1] .
“Ik ha naar Spanje zaterdag en kom volgende week zaterdag terug”en
“Dan als ik terug ben kan ik je weer en geven, ok”.[getuige 5] heeft in reactie hierop de tekst gestuurd:
“is het niet mogelijk vrijdag”en
“het zou heel fijn zijn moest het morgen kunnen”.Verdachte heeft daarop gereageerd met de tekst:
“kijk op andere”.Verdachte stuurt daarna:
“Dua nu nog 100 tog”.[getuige 5] heeft daarop bevestigend geantwoord.
‘aankoop huis [adres 4] / [adres 5] Breda’.
“the Financial Intelligence Unit”van de Bosnische politie in 2013 [getuige 6] , [getuige 7] en [verdachte] heeft aangemerkt als personen die voorkomen in de database met verdachte transacties.
- [rekeningnummer 3] (ten name van [medeverdachte] en [verdachte] );
- [rekeningnummer 4] (ten name van [bedrijf 4] BV);
Op [rekeningnummer 2] is de storting in totaal € 126.890,61,-.
Op [rekeningnummer 3] is de storting in totaal € 374.975,-.
Op [rekeningnummer 4] is de storting in totaal € 57.810,-
(de rechtbank begrijpt: zij tweeën)de bedrijven hebben ingeschreven. De medeverdachte heeft daarnaast bij de politie verklaard dat zij alles gezamenlijk doen omdat zij getrouwd zijn. De verdachte heeft deze gezamenlijke verantwoordelijkheid ook bevestigd in zijn politieverhoor. Volgens de medeverdachte is het wel zo dat de verdachte normaliter alles regelt met betrekking tot de financiële gang van zaken en alleen als het nodig is zij paraat staat. De verklaringen van de verdachten worden ondersteund, nu uit de BOB-stukken naar voren komt dat hun beide achternamen worden gebruikt bij de vier rekeninggegevens. Voorts blijkt dat voor drie van de hiervoor vermelde rekeningen ook telkens twee betaalpassen zijn afgegeven.
‘eigen misdrijf’niet bewijsbaar is. Bij de afwezigheid van een door verdachte zelf begaan misdrijf is een beroep op de kwalificatie-uitsluitingsgrond niet aan de orde.
Het onderzoek van de officier van justitiee[getuige 7] is als getuige bij de rechter-commissaris gehoord. Deze getuige kan zich niet herinneren dat hij ooit een contant geldbedrag aan verdachte ter beschikking heeft gesteld. Volgens [getuige 7] wordt in zijn bedrijf voornamelijk met de Bosnische Mark betaald. Daarnaast is de echtgenote van deze [getuige 8] , bij de rechter-commissaris gehoord. Zij is niet bekend met het filmbestand. Volgens deze getuige is het onmogelijk dat [getuige 7] tussen de € 80.000,- en € 150.000,- cash aan verdachte heeft verstrekt. Een dergelijk contant bedrag hebben zij nooit voorhanden gehouden. Contante bedragen storten zij op een transactierekening en worden niet bewaard.
- [adres 8] , [adres 9] en [adres 10] te Breda (aangekocht voor 400.000,00 EURO)
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;
een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren;
* een sieraad (kenmerk 546172);
* onroerend goed [adres 8] Breda (geen kenmerk);
* Apple PGP-telefoon (kenmerk 597712);