ECLI:NL:RBZWB:2022:7383
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Eiser, voormalig buschauffeur, kreeg een WGA-loonaanvullingsuitkering toegekend na langdurige arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag deze uitkering na een medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat eiser per 15 april 2021 voor 34,44% arbeidsongeschikt is. Hierdoor werd de uitkering met ingang van 28 oktober 2021 beëindigd.
Eiser betwistte deze beoordeling en stelde dat hij meer beperkingen heeft, onder meer door slaapproblemen, neuropathie en pijnklachten. Tevens klaagde hij over het late informeren over het bezwaar van zijn werkgever, waardoor hij zijn zienswijze onvoldoende kon geven.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, dat de verzekeringsarts de beperkingen overtuigend had gemotiveerd en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde voor zijn hogere beperkingen. Ook vond de rechtbank geen schending van de beginselen van behoorlijk bestuur bij de procedurele gang van zaken.
Op grond hiervan werd bevestigd dat eiser niet meer dan 35% arbeidsongeschikt is en dat hij geen recht meer heeft op een WIA-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat proceskosten niet worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt beëindigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.