ECLI:NL:RBZWB:2022:7379
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname bij veroordeelde voor diefstal ongegrond verklaard
De veroordeelde is veroordeeld voor diefstal en heeft bezwaar gemaakt tegen het bevel tot afname en verwerking van haar DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA. Zij voerde aan dat DNA-onderzoek niet passend is bij haar strafbare feit en dat haar recidiverisico gering is vanwege een beperkt strafblad en bijzondere persoonlijke omstandigheden.
De officier van justitie stelde dat DNA-onderzoek wel van belang kan zijn bij diefstal en dat het recidiverisico aanwezig is vanwege eerdere veroordelingen voor het uitgeven van vals geld. De rechtbank oordeelde dat het misdrijf voldoet aan de wettelijke vereisten voor DNA-afname en dat geen uitzonderingssituatie geldt op grond van de aard van het misdrijf of bijzondere omstandigheden.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar ongegrond is omdat het recidivegevaar niet gering is en DNA-onderzoek relevant blijft voor opsporing en vervolging. De beslissing werd op 13 juni 2022 uitgesproken door rechter E.B. Prenger.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.