Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 6 december 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Inleiding
1 februari 2019 tot en met 18 april 2019 een faillissementsuitkering.
Overwegingen van de rechtbank
2 oktober 2019 en heeft zij het dossier bestudeerd. Ook heeft de verzekeringsarts b&b de op verzoek van eiser opgevraagde informatie van anesthesist [naam anesthesist] van 22 oktober 2019 en 26 juni 2019 en van sportarts [naam sporarts] van 6 november 2019 en 3 oktober 2019 bestudeerd. De verzekeringsarts b&b heeft op 11 november 2019 het volgende gerapporteerd.
10 augustus 2020 en verzekeringsarts [naam verzekeringsarts 3] van Medisch Advies Groep op 8 oktober 2020 een expertiserapport uitgebracht, welke rapporten door eiser zijn overgelegd.
Arbeidsdeskundige beoordeling
21 januari 2022 geduide functies in medisch opzicht niet passend zijn. De rechtbank verwijst naar de rapporten van de arbeidsdeskundige b&b van 12 december 2019,
21 januari 2022 en 5 augustus 2022
.Daarin is inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiser de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan bovengenoemde functies. Eisers standpunt dat hij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit zijn opvatting dat zijn medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 4.3 heeft geconcludeerd, is die opvatting niet juist. De hiervoor genoemde functies mochten dan ook worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Mate van arbeidsongeschiktheid
Conclusie en gevolgen
- Het expertiserapport van pijngeneeskundige [naam pijngeneeskundige] van 10 augustus 2020: € 1.450,-.
- Het expertiserapporten van verzekeringsarts [naam verzekeringsarts 3] van 8 oktober 2020: € 882,05 +
- Het aanvullende expertiserapport van verzekeringsarts [naam verzekeringsarts 3] van 10 mei 2021:
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 5.076,84.