Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Dat verdachte alleen met zijn vuist heeft geslagen acht de officier van justitie gelet op de verklaring van aangever en de getuigenverklaringen, niet aannemelijk en ongeloofwaardig. Met verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam is de officier van justitie van mening dat deze handeling niet als poging doodslag kan worden gekwalificeerd. De kans om als gevolg van zo’n klap te overlijden is wel aanmerkelijk, maar één klap is onvoldoende om de bewuste aanvaarding op de dood vast te kunnen stellen. De handeling van verdachte levert wel een zware mishandeling op, zoals onder 1 subsidiair tenlastegelegd. Ook als wordt uitgegaan van het scenario dat verdachte één harde vuistslag heeft uitgedeeld tegen het hoofd van [slachtoffer 1] . Uit de medische gegevens blijkt dat [slachtoffer 1] een gebroken neus, een oogkasfractuur, een barstwond ter hoogte van zijn wenkbrauw en diverse bloeduitstortingen, schaafwonden en een zware hersenschudding heeft opgelopen. Er is sprake van een blijvend litteken in het gezicht. Deze gevolgen kunnen zonder meer als
zwaar lichamelijk letselaangemerkt worden, zelfs als het psychische letsel van [slachtoffer 1] buiten beschouwing gelaten wordt.
Wel kan worden vastgesteld dat verdachte een enkele vuistslag heeft uitgedeeld. Deze handeling kan niet leiden tot het oordeel dat hij hiermee de aanmerkelijke kans op de dood of op zwaar lichamelijk letsel van het slachtoffer bewust heeft aanvaard.
Ten aanzien van het medeplegen heeft de verdediging bepleit dat de geweldshandelingen door verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op diverse momenten zijn gepleegd en dat de rollen van de verdachten verschillen. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
stomerij € 17,95
huishoudelijke hulp/mantelzorg € 1.170,00
€ 196,00
ziekenhuis daggeld € 62,00
kosten zonder nut € 156,93
De vordering bestaat uit de volgende schadeposten:
“Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces.”
In artikel 361, tweede lid, onder b, Sv keert het criterium van rechtstreekse schade terug als voorwaarde voor de ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering. Deze bepaling luidt:
“De benadeelde partij zal alleen ontvankelijk zijn in haar vordering indien:
De door de benadeelde gevorderde vergoeding van loonkosten acht de rechtbank gelet op het bovenstaande toewijsbaar tot een bedrag van € 6.950,90, zijnde de netto loonkosten over de periode eind mei 2021 tot en met december 2021, voor zover er sprake is van ziekteverzuim. Blijkens de loonstroken zijn er in mei 4 ziektedagen, in juni en juli telkens 22, in augustus 19,5, in september 14,9 en in oktober 6,6, in totaal 89 ziektedagen. De rechtbank gaat daarbij uit van een netto bedrag van € 78,10 per dag.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden: