ECLI:NL:RBZWB:2022:7215
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na te late beslissing kinderopvangtoeslag
Verzoekster stelde de Belastingdienst op 3 maart 2022 in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op haar verzoek van 17 december 2020 om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. Nadat de Belastingdienst pas op 30 augustus 2022 een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst niet binnen de wettelijke beslistermijn had gehandeld, zoals voorgeschreven in artikel 49, negende lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €379,50, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het geschil en de inzet van een gemachtigde. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de Belastingdienst ook het griffierecht van €50,- moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers op 29 november 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten van €379,50 wegens het niet tijdig beslissen.