Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- heeft geprobeerd twee verbalisanten zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met zijn personenauto in te rijden op hun dienstvoertuig
- als bestuurder van een personenauto de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden, waardoor andere weggebruikers gevaar liepen op de dood of zwaar lichamelijk letsel
- heeft geweigerd mee te werken aan een bloedonderzoek ondanks een daartoe gegeven bevel door de hulpofficier van justitie
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
(feit 1).
(feit 2).
(feit 3)
(feit 1)niet kan worden bewezen. Verdachte heeft verklaard dat een politievoertuig plotseling voor hem ging rijden en dat hij daardoor hard moest remmen, waardoor hij de controle over het stuur verloor en in aanrijding kwam met het naast hem rijdende politievoertuig. [getuige] (de bijrijder van verdachte) heeft bij de rechter-commissaris eensluidend verklaard. De politieverklaring van [getuige] luidt weliswaar anders, maar aan die verklaring kan geen waarde worden gehecht. Dat verhoor is namelijk niet met behulp van een tolk afgenomen. Indien wordt aangenomen dat sprake was van een opzettelijk inrijden, geldt dat niet kan worden bewezen dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het ernstig verwonden van de verbalisanten.
(feit 2).
(feit 3)kan ook niet worden bewezen
.Verdachte verkeerde in verwarde toestand en heeft niet begrepen dat dit aan hem is gevraagd.
zwaarlichamelijk letsel
aanmerkelijkwas. Daarvoor biedt het onderliggende dossier onvoldoende aanknopingspunten. Met name mist de rechtbank een taxatie van een ongeval expert over de grootte van de kans op zwaar lichamelijk letsel van de inzittenden in de Mercedes bestelbus bij de vastgestelde zijwaartse aanrijding tussen de Nissan Quasqai en de Mercedes bestelbus, terwijl beide voertuigen vlak voor de aanrijding parallel aan elkaar reden met een snelheid van ongeveer 60 km per uur.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrij van feit 1;
een gevangenisstraf van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden;