ECLI:NL:RBZWB:2022:7102
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 9 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder had op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uiterlijk op 9 april 2022 moeten beslissen, nadat de beslistermijn eenmaal met zes maanden was verlengd. Omdat verweerder niet binnen deze termijn heeft beslist, heeft eiseres verweerder op 21 april 2022 in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Verweerder heeft verzocht om een langere beslistermijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht een termijn van twaalf weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door toedoen van eiseres af.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, welke worden vastgesteld op € 379,50. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twaalf weken alsnog te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.