ECLI:NL:RBZWB:2022:71

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 januari 2022
Publicatiedatum
11 januari 2022
Zaaknummer
C/02/392643 / JE RK 21-2521
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:261 BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing ondertoezichtstelling minderjarige wegens voldoende zelfredzaamheid en contactherstel

De minderjarige, geboren in 2005, was onder toezicht gesteld tot 12 januari 2022. Op zijn verzoek heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling per direct opgeheven. De minderjarige gaf aan dat hij geen ondertoezichtstelling meer nodig acht en schaamt zich ervoor omdat het stigma van 'probleemkind' hem niet past. Hij functioneert goed op school, rookt en drinkt niet en heeft een fijn sociaal leven. Het contact met zijn moeder was lange tijd verbroken maar wordt nu op eigen tempo hersteld zonder druk van jeugdzorg.

De moeder is bezorgd dat zonder ondertoezichtstelling de hulpverlening wegvalt, terwijl de vader het opheffen ondersteunt omdat het probleem bij de ouders ligt. De gecertificeerde instelling wilde het toezicht verlengen vanwege zorgen over het contact en het welzijn van de minderjarige. De Raad voor de Kinderbescherming zag de noodzaak van voortzetting van het toezicht niet meer omdat het toezicht teveel druk legt en het contactherstel belemmert.

De kinderrechter concludeerde dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling niet langer zijn voldaan. De minderjarige heeft laten zien dat zonder toezicht aan de zorgen kan worden gewerkt en dat hij zelf hulp kan vragen indien nodig. De beschikking tot opheffing is per direct uitvoerbaar verklaard. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door tussenkomst van een advocaat.

Uitkomst: De kinderrechter heft de ondertoezichtstelling per direct op omdat niet langer aan de wettelijke criteria wordt voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/392643 / JE RK 21-2521
Datum uitspraak: 31 december 2021

Beschikking van de kinderrechter over een opheffing ondertoezichtstelling

in de zaak van

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [roepnaam mj] ,
betreffende een verzoek tot opheffing van een ondertoezichtstelling.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [X] ,

[vader] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te [XX] ,

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT TILBURG,

gevestigd te Tilburg, hierna te noemen: de GI (Gecertificeerde Instelling).
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de e-mail van 25 oktober 2021 van [roepnaam mj] ;
- het gesprek van [roepnaam mj] met de kinderrechter op 7 december 2021.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft op 31 december 2021 - met gesloten deuren - plaatsgevonden.
Aanwezig zijn:
- [roepnaam mj] , die eerst apart met de kinderrechter heeft gesproken;
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI;
- een vertegenwoordiger van de Raad.
Vanwege de nauwe samenhang van dit verzoek met het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling (kenmerk C/02/392388 / JE RK 21-2450), zijn deze verzoeken tijdens de mondelinge behandeling gelijktijdig behandeld. In de zaak van de GI is bij afzonderlijke beschikking beslist.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [roepnaam mj] wordt uitgeoefend door de ouders.
Bij beschikking van 12 januari 2021 is [roepnaam mj] onder toezicht van de GI gesteld tot 12 januari 2022.

Het verzoek

[roepnaam mj] wil graag dat de ondertoezichtstelling wordt opgeheven.

De standpunten

[roepnaam mj] geeft aan dat hij een ondertoezichtstelling niet nodig vindt. Hij schaamt zich er ook voor, omdat je met een ondertoezichtstelling toch als probleemkind wordt gezien terwijl het juist goed met hem gaat. Hij zit in 4 VWO, rookt en drinkt niet en heeft een fijn sociaal leven. Het enige wat speelt, is dat het contact met zijn moeder lange tijd verbroken is geweest. Maar daar gaat een ondertoezichtstelling niets aan veranderen. Ook heeft hij kort geleden zijn moeder weer even gezien. Hij ging wat spullen bij haar ophalen en toen hebben ze een beetje bijgepraat. [roepnaam mj] wil het contact met zijn moeder graag op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo opbouwen, zonder de druk van een ondertoezichtstelling. Door de vorige jeugdzorgwerker is hij gedwongen om contact te hebben met zijn moeder. Hij was daar toen niet klaar voor en dat heeft een enorme negatieve impact op hem gehad. [roepnaam mj] heeft de afgelopen periode ook gesprekken gehad met Pro6. Hij vindt dat voor zichzelf niet meer nodig, maar als het belangrijk is voor [broertje] en [zusje] dat hij betrokken blijft bij de gesprekken met Pro6, dan zal hij dat zeker doen. Ook weet [roepnaam mj] dat hij bij Pro6 terecht kan als hij een vraag heeft of ergens mee zit.
Het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling van [roepnaam mj] is ook gericht op het verlengingsverzoek van de GI.
De moeder begrijpt [roepnaam mj] wel en het gaat haar niet zozeer om de ondertoezichtstelling maar om de hulp. Zij is bang dat die zonder ondertoezichtstelling wegvalt. De moeder is super blij dat zij [roepnaam mj] kort geleden weer heeft gezien en hoopt dat hiermee een begin is gemaakt met verder contactherstel.
De vader vindt dat het voor [roepnaam mj] beter zou zijn als er voor hem geen ondertoezichtstelling meer is. [roepnaam mj] doet het goed in het leven en als het voor hem helpend is dat de ondertoezichtstelling wordt opgeheven dan staat hij daar achter. De vader zou het liefst willen dat de ondertoezichtstelling er alleen voor de ouders zou zijn en niet voor de kinderen, omdat het probleem bij de ouders ligt.
De GI begrijpt de wens van [roepnaam mj] , maar vindt dat ook voor hem een verlenging van de ondertoezichtstelling nog noodzakelijk is. De GI vindt het belangrijk om zicht te kunnen houden op [roepnaam mj] . Dat [roepnaam mj] bijna een jaar geen contact heeft gehad met de moeder vindt de GI zorgelijk. Wel is het zo dat [roepnaam mj] ook zonder ondertoezichtstelling om hulp kan vragen bij Pro6 of om andere hulpverlening kan vragen.
De Raad ziet de noodzaak van een ondertoezichtstelling voor [roepnaam mj] niet meer. Het is duidelijk dat de ondertoezichtstelling teveel druk legt op [roepnaam mj] en dat het voor hem een enorme last is. Dat is niet helpend voor het contactherstel tussen [roepnaam mj] en de moeder. Bovendien heeft [roepnaam mj] aangegeven dat hij de gesprekken met Pro6 op vrijwillige basis zal voortzetten als dat nodig is voor [broertje] en [zusje] .

De beoordeling

De kinderrechter kan een ondertoezichtstelling opheffen als niet meer wordt voldaan aan de wettelijke criteria (artikel 1:255 lid 1 BW Pro). Zij kan dit onder meer doen op verzoek van de minderjarige die onder toezicht staat (artikel 1:261 lid 1 BW Pro).
De kinderrechter heeft goed geluisterd naar [roepnaam mj] en naar wat alle anderen hebben gezegd. Zij ziet dat [roepnaam mj] het goed doet en dat is heel knap omdat de situatie tussen zijn ouders nog steeds erg moeilijk is. Dat is niet alleen erg vervelend voor zijn ouders, maar ook ontzettend lastig en ingewikkeld voor [roepnaam mj] , [broertje] en [zusje] .
Het is heel goed om te horen dat [roepnaam mj] zelf weer contact heeft gezocht met zijn moeder en dat hij dit contact in zijn eigen tempo verder wil opbouwen. Dat er zo lang geen contact is geweest, is namelijk wel zorgelijk.
Ondanks dat [roepnaam mj] op dit moment zelf geen behoefte heeft aan gesprekken met Pro6, begrijpt hij dat het belangrijk is voor [broertje] en [zusje] dat hij er wel af en toe bij is. Ook weet [roepnaam mj] de weg als hij zelf hulp nodig heeft.
Hiermee heeft [roepnaam mj] laten zien dat er zonder een ondertoezichtstelling gewerkt kan worden aan de zorgen die er zijn. De kinderrechter heeft daar vertrouwen in en is dan ook van oordeel dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling. Zij zal deze per direct opheffen (artikel 1:261 lid 1 BW Pro).
Dit leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

De kinderrechter:
heft de ondertoezichtstelling van [roepnaam mj] op met ingang van vandaag;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2021 door mr. Phillips, kinderrechter, in tegenwoordigheid van Van Dongen, als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 januari 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.