ECLI:NL:RBZWB:2022:7085
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dondorp-Loopstra
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en vermindering aanslag OZB na beroep
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €239.000 per 1 januari 2019. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde en de bijbehorende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB). Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting was belanghebbende niet aanwezig, maar de rechtbank oordeelde dat hij correct was uitgenodigd. De heffingsambtenaar bracht een waardebepaling in, gebaseerd op vergelijkingsobjecten, maar liet een vergelijkbare woning die belanghebbende aanvoerde buiten beschouwing zonder voldoende toelichting. Hierdoor slaagde hij niet in zijn bewijslast dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
Belanghebbende onderbouwde zijn lagere waarde van €214.000 niet cijfermatig of met een taxatierapport. De rechtbank stelde daarom de WOZ-waarde in goede justitie vast op €235.000, lager dan het oorspronkelijke bedrag. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.297 en het griffierecht van €48 aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €235.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.