Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 23 november 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Daarin is inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiser de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan deze functies. Zijn standpunt dat hij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit zijn opvatting dat zijn medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 4.3 heeft geconcludeerd is die opvatting niet juist.
Conclusie en gevolgen
.Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid per 17 augustus 2018 heeft vastgesteld op 53,75%
.