ECLI:NL:RBZWB:2022:6993
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 10 februari 2021 een verzoek tot herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen. Omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, met mogelijke verlenging van zes maanden, heeft beslist, heeft eiser verweerder in gebreke gesteld. Na het verstrijken van de ingebrekestellingstermijn heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank draagt verweerder op om binnen twaalf weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Verweerder had om een langere termijn van dertien weken gevraagd vanwege het grote aantal verzoeken en de benodigde zorgvuldigheid, maar de rechtbank acht twaalf weken redelijk.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Verweerder moet het betaalde griffierecht van €50 aan eiser vergoeden en de proceskosten van €379,50 betalen. De rechtbank kwalificeert de zaak als licht van gewicht, conform jurisprudentie over uitblijven van besluiten.
Uitkomst: De rechtbank draagt de Belastingdienst op binnen twaalf weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.