ECLI:NL:RBZWB:2022:6992
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure over niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres diende op 25 augustus 2021 een aanvraag in voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, had volgens de wettelijke termijnen uiterlijk op 25 augustus 2022 moeten beslissen, nadat de beslistermijn eenmaal was verlengd. Deze termijn werd echter overschreden.
Eiseres stelde verweerder op 26 september 2022 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. Verweerder verzocht om een verlenging van de beslistermijn tot twaalf weken vanwege het grote aantal verzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling.
De rechtbank acht een termijn van twaalf weken na verzending van het vonnis redelijk en wijst het verzoek tot verlenging toe, maar wijst het verzoek af om de termijn te verlengen met vertraging door toedoen van eiseres. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor iedere dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Tevens stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442.
Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet verweerder het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres vergoeden en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €379,50. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers en openbaar gemaakt op 23 november 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twaalf weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.