ECLI:NL:RBZWB:2022:6983
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning Wajong-uitkering
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 16 december 2020 waarin haar een Wajong-uitkering werd geweigerd. Tijdens de procedure heeft de rechtbank het UWV de gelegenheid gegeven het gebrek in het besluit te herstellen. Het UWV heeft daarop nader onderzoek verricht en bij besluit van 1 september 2022 het bezwaar van verzoekster gegrond verklaard en de uitkering alsnog toegekend.
Nadat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen, trok verzoekster haar beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV verzette zich hier niet tegen. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 8:75a Awb het UWV in de proceskosten veroordeeld kon worden omdat het bestuursorgaan aan verzoekster was tegemoetgekomen.
De rechtbank wees de vergoeding van kosten in bezwaar af omdat verzoekster zich in bezwaar niet door een gemachtigde had laten bijstaan en geen inzicht was gegeven in gemaakte kosten. Verzoekster had vrijstelling gekregen voor griffierecht, zodat het UWV ook niet gehouden was dit te vergoeden. De proceskosten werden vastgesteld op €1.518,-- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.518,-- aan verzoekster na toekenning van de Wajong-uitkering.