Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de tenlastegelegde feiten onder 1 en 2;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 24 november 2022 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan hennepteelt, medeplichtigheid aan diefstal van elektriciteit en medeplegen van witwassen. De dagvaarding voor het witwassen werd nietig verklaard wegens onvoldoende specificatie van de tenlastelegging, waardoor verdachte niet adequaat kon worden verdedigd.
Ten aanzien van de medeplichtigheid aan hennepteelt en elektriciteitsdiefstal stelde de officier van justitie dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de gehuurde panden voor illegale doeleinden werden gebruikt. Verdachte ontkende echter kennis te hebben gehad van de hennepkwekerijen en de diefstal van elektriciteit.
De rechtbank stelde vast dat verdachte huurcontracten tekende en sleutels overhandigde aan derden, maar dat er geen bewijs was voor (voorwaardelijk) opzet op het telen van hennep. De omstandigheden wezen wel op bewustheid van een aanmerkelijke kans, maar dit was onvoldoende voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de medeplichtigheid aan hennepteelt en elektriciteitsdiefstal.
De vordering van de benadeelde partij voor schadevergoeding werd afgewezen omdat verdachte vrijgesproken was van de feiten waarop de schadevordering was gebaseerd. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de kosten van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplichtigheid aan hennepteelt en elektriciteitsdiefstal; dagvaarding witwassen nietig verklaard.