ECLI:NL:RBZWB:2022:6960
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €257.000 per 1 januari 2019. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatie en vergelijkingsobjecten zijn onvoldoende onderbouwd, waarbij ook een correctie voor de aanbouw van de woning wordt erkend.
De rechtbank bepaalt daarom schattenderwijs de waarde op €247.000, wat ook leidt tot een verlaging van de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB). Daarnaast is er een overschrijding van de redelijke termijn van negen maanden geconstateerd voor de behandeling van bezwaar en beroep, waarvoor belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €1.000 wordt toegekend, verdeeld over de heffingsambtenaar en de minister.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, wijst de proceskostenvergoeding van €2.056 toe aan belanghebbende, en bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van €48 moet vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra op 23 november 2022.
Uitkomst: WOZ-waarde woning verlaagd naar €247.000 en immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.