ECLI:NL:RBZWB:2022:6953
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- M. Breeman
- M. Diepenhorst
- J.B. Uiterwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk voordeel
Betrokkene is door de rechtbank veroordeeld voor medeplegen van het gebruik maken van valse geschriften, maar vrijgesproken van medeplichtigheid aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €48.000, gebaseerd op verklaringen en rapporten over zes hennepoogsten in woningen die betrokkene zou hebben gehuurd.
Tijdens de zittingen op 11 en 13 oktober 2022 heeft de officier van justitie haar standpunt toegelicht, terwijl de verdediging betoogde dat niet is gebleken dat betrokkene financieel voordeel heeft genoten. De rechtbank overwoog dat de verklaring van een medeverdachte over betalingen van €8.000 per oogst onbetrouwbaar is en dat betrokkene zelf verklaarde geen vergoeding te hebben ontvangen, omdat de beloofde baan als chauffeur niet is doorgegaan.
Er zijn geen andere aanwijzingen in het dossier die aantonen dat betrokkene financieel heeft geprofiteerd. Daarom concludeert de rechtbank dat onvoldoende vaststaat dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft genoten en wijst zij de vordering tot ontneming af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel.