Op 23 maart 2021 heeft verdachte in Breda het slachtoffer plotseling bij haar borsten vastgepakt, hetgeen wettig en overtuigend bewezen is verklaard door de rechtbank. De aangifte van het slachtoffer en de getuigenverklaring van een ooggetuige ondersteunen deze vaststelling. Verdachte ontkende dit tijdens de zitting, maar zijn verklaring werd niet aannemelijk geacht.
Ten aanzien van een tweede tenlastegelegd feit, waarbij verdachte zou hebben betast aan de billen van een ander slachtoffer, oordeelde de rechtbank dat onvoldoende bewijs aanwezig was om dit feit wettig en overtuigend te bewijzen. Camerabeelden lieten mogelijk een aanraking met de schoen zien, waardoor het seksuele karakter van de handeling niet kon worden vastgesteld.
Verdachte werd strafbaar verklaard voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Gezien zijn manisch psychotische toestand ten tijde van het delict, werd het feit in verminderde mate aan hem toegerekend. De rechtbank legde een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uur op met een proeftijd van één jaar. Verdachte is niet eerder veroordeeld en is na het incident psychisch stabiel gebleven.