ECLI:NL:RBZWB:2022:6904
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen AOW-pensioenvaststelling wegens gebrek aan procesbelang
Eiser heeft sinds 2008 een verlaagd AOW-pensioen vanwege 13 jaar verblijf in het buitenland en een verdere verlaging sinds 2021 vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding. Hij betoogt dat de AOW-regeling onrechtvaardig is omdat premiebetalers die tijdelijk niet-ingezetene waren een lager pensioen krijgen dan niet-premiebetalers die wel ingezetene zijn geweest.
Eiser richt zich met zijn beroep niet tegen het onherroepelijke besluit uit 2008 of het bestreden besluit van 2022, maar wil via de rechter een principieel oordeel over de rechtvaardigheid van de AOW-regeling zelf. De SVB handhaaft haar besluiten en verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang heeft omdat hij geen hogere of andere uitkering wenst en het beroep geen inhoudelijke wijziging van het besluit beoogt. De rechter kan niet oordelen over de rechtvaardigheid van de AOW-wetgeving zelf, dat is een taak van de wetgever.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en blijft het bestreden besluit ongewijzigd. Eiser krijgt het betaalde griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.