ECLI:NL:RBZWB:2022:6892

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 november 2022
Publicatiedatum
18 november 2022
Zaaknummer
AWB- 22_4766
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 49, negende lid, Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij kinderopvangtoeslag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Belastingdienst/Toeslagen op zijn verzoek tot herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dit volgens artikel 8:54 Awb Pro niet noodzakelijk is.

De kern van het geschil is dat eiser de ingebrekestelling te vroeg heeft verzonden, namelijk op 23 februari 2022, terwijl de beslistermijn pas op 27 mei 2022 zou eindigen. De Belastingdienst bevestigde ontvangst van een ingebrekestelling op 2 mei 2022, maar ook toen was de beslistermijn nog niet verstreken.

Volgens artikel 6:12 Awb Pro moet een ingebrekestelling pas worden gedaan nadat de beslistermijn is verstreken. Omdat eiser dit niet heeft gedaan, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/4766

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. S.V. Hendriksen),
en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek (aanvraag) van 27 mei 2021 om herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigde de beslistermijn op 27 mei 2022. Dit blijkt uit de brief van 30 oktober 2021. In deze brief heeft verweerder de beslistermijn op grond van artikel 49, negende lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen met zes maanden verlengd. Eiser geeft aan dat hij verweerder op 23 februari 2022 in gebreke heeft gesteld, maar de ontvangstbevestiging die hij opstuurt, is niet aan hem gericht. Verweerder geeft aan dat hij op 2 mei 2022 een ingebrekestelling van eiser heeft ontvangen. Op zowel 23 februari 2022 als 2 mei 2022 was de beslistermijn nog niet verstreken.
Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 17 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.