Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 9 april 2020 vond in Vlissingen een ontploffing plaats bij de woning van een politieverbalisant, veroorzaakt door een aangestoken Cobra 8 vuurwerk. Verdachte werd ervan verdacht samen met anderen deze ontploffing te hebben veroorzaakt. Tijdens de inhoudelijke behandeling op 4 november 2022 was verdachte niet aanwezig, maar zijn raadsman wel.
De officier van justitie stelde dat verdachte samen met een medeverdachte het strafbare feit had gepleegd, onderbouwd met diverse bewijsmiddelen waaronder EncroChat-berichten. De verdediging betoogde dat er geen direct bewijs was dat verdachte de ontploffing had veroorzaakt.
De rechtbank oordeelde dat er geen direct tactisch of technisch bewijs was dat verdachte op de plaats delict was of betrokken was bij het plaatsen van het vuurwerk. Indirect bewijs, zoals chatberichten en gedragingen rond het tijdstip van de ontploffing, was onvoldoende om verdachte wettig en overtuigend te verbinden aan het strafbare feit. Verdachte werd daarom vrijgesproken. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen van ontploffing.