Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[de veroordeelde],
Feiten
Procedure
Vordering van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
Beslissing
70 dagen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De politierechter had de veroordeelde bij vonnis van 17 december 2013 een ontnemingsmaatregel opgelegd tot betaling van €21.179,70, welke onherroepelijk is geworden. Tot 26 november 2021 heeft de veroordeelde geen enkele betaling verricht. De vordering tot gijzeling werd op 29 november 2021 ingediend en op 22 april 2022 behandeld in de raadkamer, waarbij de veroordeelde niet is verschenen.
De veroordeelde heeft geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en de aanmaningen op het Belgische adres bleken onbestelbaar. Hierdoor was feitelijk verhaal niet mogelijk. Er is geen aannemelijk bewijs dat de veroordeelde niet kan betalen. De rechtbank oordeelt daarom dat toepassing van gijzeling gerechtvaardigd is en verleent een machtiging voor een duur van 70 dagen.
De beslissing is op 6 mei 2022 in het openbaar uitgesproken door rechter R.P. Broeders, in aanwezigheid van griffier M. van Grinsven.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot gijzeling voor 70 dagen wegens niet-nakoming van de ontnemingsmaatregel.