ECLI:NL:RBZWB:2022:6797
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht opgelegd ondanks parkeervergunning
Belanghebbende heeft twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting ontvangen omdat hij zijn auto parkeerde op een locatie waar zijn parkeervergunning niet geldig was. De eerste naheffingsaanslag werd opgelegd na constatering op 1 juli 2021 en de tweede na constatering op 7 juli 2021. Belanghebbende voerde aan dat hij dacht dat zijn vergunning ook voor die locatie gold en dat hij vanwege omstandigheden niet goed op de hoogte was van de huisnummers.
De heffingsambtenaar stelde dat de parkeerlocatie buiten het gebied viel waarvoor de vergunning geldig was, zoals vastgelegd in het Aanwijzingsbesluit parkeren 2021. De rechtbank stelde vast dat de vergunning specifiek gold voor een ander deel van de straat en dat belanghebbende geparkeerd had op een locatie die niet onder de vergunning viel.
De rechtbank oordeelde dat van een vergunninghouder verwacht mag worden dat hij zich voorafgaand aan het parkeren op de hoogte stelt van de voorschriften. Het niet paraat hebben van de huisnummers rechtvaardigt geen vrijstelling. Ook het feit dat de naheffingsaanslagen via toezending zijn bekendgemaakt en niet direct op de auto werden achtergelaten, was volgens de rechtbank rechtsgeldig.
De beroepen werden ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.