De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het stelselmatig stalken van zijn ex-partner in de periode van 17 juli 2019 tot en met 26 januari 2022. Verdachte stuurde ongevraagd en tegen de wil van de benadeelde veelvuldig beledigende berichten via sms, WhatsApp en e-mail, liet brieven achter bij haar woning en auto en stuurde beledigende omschrijvingen mee bij alimentatiebetalingen. Ook richtte hij zich met beledigingen tot de advocaat van de benadeelde.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde ernstig heeft geschonden. Verdachte heeft dit ook bekend. De rechtbank hield rekening met het feit dat de benadeelde niet fysiek werd geconfronteerd en dat de berichten niet bedreigend waren, maar benadrukte de ernst van stalking en de impact op het slachtoffer.
De rechtbank legde een taakstraf van 150 uur op, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. Aan de voorwaardelijke straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en een contactverbod dat dadelijk uitvoerbaar is verklaard. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding wegens gebrek aan bewijs in het strafproces.