Op 3 november 2020 veroorzaakte verdachte een verkeersongeval op de Midden Brabantweg (N261) te Waalwijk door haar auto deels op de rechterrijstrook van de autoweg tot stilstand te brengen zonder dat sprake was van een noodgeval. Hierdoor ontstond een gevaarlijke situatie waarbij een achteropkomende bestuurder niet tijdig kon remmen, wat leidde tot een kettingbotsing en het overlijden van het slachtoffer.
De rechtbank stelde vast dat verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig had gedragen en dat het verkeersongeval aan haar schuld te wijten was. Hoewel verdachte verklaarde zich niet goed te hebben gevoeld, werd dit niet voldoende onderbouwd met medische stukken om een beroep op verontschuldigbare onmacht te honoreren. Verdachte werd vrijgesproken van het verwijt van roekeloosheid.
De rechtbank hield rekening met het blanco strafblad van verdachte en de emotionele impact van het ongeval op haar, maar achtte een taakstraf van 240 uren en een rijontzegging van één jaar passend en in lijn met landelijke oriëntatiepunten. De rechtbank erkende het onherstelbare leed van de nabestaanden, maar moest een straf opleggen die recht doet aan het verwijt aan verdachte.