ECLI:NL:RBZWB:2022:6755
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 31 mei 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, verlengbaar met zes maanden, op deze aanvraag beslist. Eiser stelde verweerder op 3 juni 2022 in gebreke en diende vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat verweerder uiterlijk op 31 mei 2022 had moeten beslissen, maar dit niet heeft gedaan. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht een termijn van elf weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door eiser af.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. Verweerder moet bovendien het betaalde griffierecht van €50 aan eiser vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen elf weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.