ECLI:NL:RBZWB:2022:6732
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag wegens wijziging woonsituatie kind na uithuisplaatsing
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om het recht op kinderbijslag voor haar zoon vanaf het derde kwartaal van 2020 te beëindigen. Dit besluit volgde op een onderzoek naar de woonsituatie van het kind, nadat deze in de Basisregistratie Personen was ingeschreven op het adres van zijn vader.
De rechtbank stelde vast dat het kind vanaf 25 mei 2020 niet meer bij eiseres woonde vanwege een gedwongen uithuisplaatsing en dat hij in de Brp op het adres van zijn vader stond ingeschreven. Op basis hiervan concludeerde de Svb terecht dat het kind tot het huishouden van de vader behoort, waardoor eiseres geen recht meer had op kinderbijslag vanaf dat kwartaal.
Eiseres voerde tevens een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, omdat de Svb haar eerder had medegedeeld dat de wijziging in de woonsituatie geen gevolgen had voor haar recht op kinderbijslag. De rechtbank verwierp dit beroep, omdat deze mededeling was gebaseerd op onvolledige informatie en onder voorbehoud was gedaan. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van het recht op kinderbijslag vanaf het derde kwartaal 2020.