ECLI:NL:RBZWB:2022:6706
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning IVA-uitkering
Verzoeker stelde beroep in tegen twee besluiten van het UWV betreffende de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering en de mate van arbeidsongeschiktheid. Het UWV besloot later om alsnog een IVA-uitkering toe te kennen vanaf 10 december 2019, waarna verzoeker het beroep introk en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV in de proceskosten van € 2.691,50, gebaseerd op de gemaakte kosten voor rechtsbijstand en reiskosten. Daarnaast werd overwogen dat het UWV het griffierecht aan verzoeker dient te vergoeden, zodat een veroordeling daarvoor niet nodig was.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 10 november 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De griffier was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.691,50 aan proceskosten aan verzoeker.