ECLI:NL:RBZWB:2022:6527
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet-tijdig beslissen op aanvraag toeslagen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 28 december 2020. De Belastingdienst had uiterlijk 28 december 2021 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde de Belastingdienst op 5 mei 2022 in gebreke, welke ingebrekestelling op 10 mei 2022 werd ontvangen.
De Belastingdienst voerde aan dat de ingebrekestelling niet rechtsgeldig was vanwege onduidelijkheid, maar de rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling wel rechtsgeldig was omdat het duidelijk was dat deze betrekking had op het niet-tijdig beslissen op de aanvraag van eiseres. De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn was verstreken en dat het beroep gegrond was.
De rechtbank bepaalde dat de Belastingdienst binnen vijf weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legde zij een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000. Daarnaast stelde de rechtbank de door de Belastingdienst te betalen dwangsom van €1.442,- vast en veroordeelde zij de Belastingdienst tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen vijf weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.