Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Intrum Nederland B.V.,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Intrum Nederland vordert betaling van openstaande energiekosten van de gedaagde op grond van een overeenkomst met Vattenfall. De gedaagde betwist de overeenkomst en stelt dat sprake is van identiteitsfraude. Zij overlegt een politie-mutatie rapport waarin identiteitsfraude bij andere bedrijven is gemeld.
De rechtbank oordeelt dat de gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat zij niet de overeenkomst met Vattenfall heeft gesloten. Het mutatierapport noemt de overeenkomst met Vattenfall niet en dateert van na het sluiten van de overeenkomst. Daarnaast erkent de gedaagde niet dat zij voorschotbetalingen heeft gedaan.
De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, maar de rente wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook de incassokosten worden afgewezen omdat niet is gesteld wanneer de aanmaning is ontvangen of verzonden en de aanmaning niet is overgelegd.
De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.796,31 plus 2% rente vanaf dagvaarding, en in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.796,31 plus 2% rente vanaf dagvaarding en proceskosten, met afwijzing van incassokosten en overige vorderingen.