ECLI:NL:RBZWB:2022:6434
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve afwijzing van compensatie kinderopvangtoeslag over de jaren 2006 tot en met 2011. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist, ondanks een verlenging en ingebrekestelling door eiser.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Hoewel verweerder om een langere termijn van tien weken vroeg vanwege het grote aantal bezwaren en de complexiteit van de herbeoordeling, acht de rechtbank een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak redelijk.
Verweerder wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag dat verweerder daarna nog te laat is, moet hij een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht en proceskosten vergoeden aan eiser. De rechtbank kwalificeert de zaak als licht en kent een proceskostenvergoeding van € 379,50 toe.
Uitkomst: Verweerder moet binnen acht weken alsnog beslissen op bezwaar met een dwangsom bij overschrijding en vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.