ECLI:NL:RBZWB:2022:6432
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 13 juli 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen (verweerder) moest uiterlijk op 13 januari 2022 beslissen, met een mogelijke verlenging tot 13 juli 2022. Deze termijn is echter overschreden.
Eiseres heeft verweerder op 18 augustus 2022 in gebreke gesteld, waarna zij twee weken later beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. Verweerder verzocht om een langere beslistermijn van dertien weken vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en de benodigde zorgvuldigheid.
De rechtbank acht een termijn van elf weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst een dwangsom toe van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslissing uitblijft. Daarnaast stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen elf weken alsnog te beslissen, met oplegging van dwangsommen en kostenvergoedingen.