Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de tenlastegelegde feiten;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 27 maart 2020 werd een uitslaande brand gemeld in een loods te Poortvliet, waarbij sporen van een cocaïnewasserij werden aangetroffen. Verdachte was eigenaar van de loods en had een deel daarvan verhuurd zonder schriftelijk contract of bekende huurder.
De officier van justitie beschuldigde verdachte van medeplegen en medeplichtigheid aan de productie van harddrugs, terwijl de verdediging pleitte voor volledige vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor medeplegen wegens gebrek aan nauwe samenwerking, maar dat verdachte wel had moeten weten dat de loods voor illegale activiteiten werd gebruikt.
Echter kon niet worden vastgesteld dat op of rond 27 maart 2020 daadwerkelijk productie van amfetamine of cocaïne plaatsvond. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij Gemeente Tholen tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan productie en bezit van harddrugs.