ECLI:NL:RBZWB:2022:635
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Broeders
- Leppens
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens vrees vooringenomenheid
In deze zaak heeft mr. C.G. Mensink, advocaat van de gedaagde, een verschoningsverzoek ingediend tegen de rechter die belast was met de hoofdzaak tussen AMBIFLOOR B.V. en de gedaagde. Dit verzoek volgde op een eerdere klacht van mr. Mensink over vermeende discriminatie en belemmering in zijn werkzaamheden, die door de President van de rechtbank niet-ontvankelijk was verklaard.
De rechter stelde vast dat mr. Mensink zich niet had neergelegd bij deze beslissing en zich had gewend tot de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad met een verzoek tot onderzoek naar de gedragingen van de rechter. Gezien de aard en ernst van de verwijten achtte de rechter zich niet langer in staat om onpartijdig en zonder vooringenomenheid de zaak te behandelen.
De verschoningskamer overwoog dat hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, uitzonderlijke omstandigheden aanleiding kunnen geven tot een vrees voor vooringenomenheid. De kamer concludeerde dat het verzoek terecht was ingediend en wees het toe om de schijn van partijdigheid te vermijden.
De behandeling van de hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter, waarbij het proces wordt hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verschoningsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.