ECLI:NL:RBZWB:2022:6279
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 28 januari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder had uiterlijk 28 januari 2022 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde verweerder op 29 april 2022 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Hoewel verweerder verzocht om een langere beslistermijn van dertien weken vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en noodzakelijke processtappen, acht de rechtbank een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak redelijk.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €379,50. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen negen weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.