ECLI:NL:RBZWB:2022:6247

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2022
Publicatiedatum
28 oktober 2022
Zaaknummer
21-016227
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 117 SvArt. 134 lid 2 onder c SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens beëindigd beslag handelaarskentekenplaten

Klaagster diende een klaagschrift in tegen de inbeslagname van twee handelaarskentekenplaten die op haar auto zaten. Zij stelde dat de platen vaker werden gebruikt voor aflevering van auto's en dat zij schade leed door het beslag. De officier van justitie gaf aan dat het proces-verbaal was opgemaakt wegens het rijden met handelaarskentekenplaten buiten bedrijfsactiviteiten en dat de platen inmiddels waren vernietigd op grond van een machtiging ex artikel 117 Sv Pro.

De raadkamer stelde vast dat het beslag op de kentekenplaten op 17 september 2021 was gelegd, maar dat het beslag inmiddels was geëindigd door de vernietiging van de platen. Op grond van artikel 134 lid 2 onder Pro c Sv eindigt het beslag dan en is het klaagschrift niet-ontvankelijk.

Klaagster en haar raadsman waren opgeroepen maar niet verschenen bij de raadkamerzitting. De rechtbank verklaarde het klaagschrift niet-ontvankelijk en wees op de mogelijkheid tot beroep in cassatie binnen veertien dagen na dagtekening of betekening.

Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar klaagschrift omdat het beslag op de kentekenplaten is geëindigd door vernietiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: -
rk.nummer: 21-016227
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klaagster]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. D.T. Stoof, Spinveld 12, 4815 HS Breda
hierna te noemen: klaagster.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 17 september 2021 onder klaagster in beslag is genomen: twee handelskentekenplaten ZAAB921;
  • het klaagschrift, ingediend op 25 oktober 2021 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie; en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 4 februari 2022.
Klaagster en zijn raadsman, mr. D.T. Stoof, zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Namens klaagster is aangevoerd dat op 17 september 2021 een tweetal handelaarskentekenplaten die op de auto zaten die door klaagster zou worden verkocht in Nederland, in beslag zijn genomen. Verbalisanten geloofden niet dat de kentekenplaten voor handel bestemd waren. Op 5 oktober 2021 heeft klaagster een e-mail verstuurd met het verzoek tot teruggave van de kentekenplaten. Zij heeft geen inhoudelijke reactie ontvangen. Klaagster lijdt schade aangezien de kentekenplaten door haar vaker worden gebruikt voor de aflevering van auto’s. Derhalve wenst klaagster teruggave van de kentekenplaten.
De officier van justitie heeft zich op het schriftelijk standpunt gesteld dat er een proces-verbaal is opgemaakt wegens het rijden met een voertuig met handelaarskentekenplaten wat niet in het kader van bedrijfsactiviteiten gebeurde. De kentekenplaten zijn middels een door de officier van justitie afgegeven machtiging vernietigd ex artikel 117 Sv Pro. Door vernietiging eindigt het beslag. Derhalve dient het klaagschrift niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro reeds is geëindigd. Uit de stukken is gebleken dat de inbeslaggenomen goederen op grond van een door de officier van justitie gegeven machtiging ex artikel 117 Sv Pro zijn vernietigd. Op grond van artikel 134, lid 2 onder c, Sv eindigt daarmee het beslag en dient klaagster in haar klaagschrift niet-ontvankelijk te worden verklaard.
De rechtbank zal klaagster niet-ontvankelijk verklaren in haar beklag.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart klaagster niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is op 18 februari 2022 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. de Kroon, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klaagster binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).