ECLI:NL:RBZWB:2022:623
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invordering dwangsommen wegens niet tijdige jaarverantwoording Jeugdwet
Eiseres, een stichting voor therapeutisch paardrijden en jeugdhulpaanbieder, had de Jaarverantwoording Jeugd 2018 niet tijdig ingediend bij het CIBG, ondanks een last onder dwangsom opgelegd door de staatssecretaris. De staatssecretaris heeft vervolgens de verbeurde dwangsommen van maximaal €10.000,- ingevorderd. Eiseres maakte bezwaar tegen deze invordering en stelde dat zij de brieven niet tijdig had ontvangen en dat de post intern onjuist was afgehandeld, waardoor zij geen bezwaar kon maken tegen de last onder dwangsom. De rechtbank oordeelt dat de post correct was verzonden naar het juiste adres en dat het risico van interne postafhandeling voor rekening van eiseres komt, waardoor de last onder dwangsom onherroepelijk is geworden.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris zorgvuldig heeft gehandeld door het verzoek tot matiging van de invordering te laten onderzoeken door de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. Op basis van het onderzoek is geconcludeerd dat eiseres geen structureel financieel probleem heeft en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om van invordering af te zien. Ook is het afzien van het horen van eiseres bij de beslissing op bezwaar gerechtvaardigd, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de invordering van de dwangsommen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de invordering van de dwangsommen wordt ongegrond verklaard en de invordering bevestigd.