ECLI:NL:RBZWB:2022:6209
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring oproeping in gijzelingsvordering wegens niet-naleving betekeningsvereisten
De veroordeelde was in 2014 veroordeeld tot betaling van een ontnemingsbedrag van €59.626,37, waarvan na incasso door het CJIB nog €57.216,37 openstond. In 2022 werd een vordering tot gijzeling van de veroordeelde ingediend wegens niet-betaling.
De rechtbank stelde vast dat de oproeping voor de behandeling van de gijzelingsvordering niet correct was betekend, omdat er niemand aanwezig was op het adres om de oproep in ontvangst te nemen. Hierdoor was niet voldaan aan de wettelijke betekeningsvereisten.
De rechtbank oordeelde dat de oproeping nietig is en wees de vordering tot gijzeling af op grond van deze procedurele tekortkoming. De beslissing werd genomen door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 28 oktober 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de oproeping nietig en wijst de gijzelingsvordering af wegens niet-naleving van betekeningsvereisten.